Er flitst een melding over het scherm, zo kort en helder als het tikken van regen tegen glas. Het nieuws is een steen in het water: concentrische rimpels schuiven door mijn gedachten en raken aan vergeten oevers. Ik lees de zinnen, maar tussen de regels staat iets dat geen typografie kan dragen: een trilling, een vraag, een zacht verlies. Buiten ademt de ochtend schraal licht uit, binnen voelt de kamer een fractie stiller. Ik leg de telefoon neer en luister naar dat stiltebed.
De dunne laag tussen feit en gevoel
Feiten zijn koorden gespannen tussen twee palen: meetbaar, herhaalbaar, stevig in de hand. Maar wanneer ik erover loop, voel ik onder mijn voeten de buigzaamheid van betekenis. Ieder detail weegt anders zodra het het hart aantikt. Een naam wordt een gezicht, een grafiek een ademhaling, een tijdlijn een schaduw die me meeloopt tot in de keuken. Zo werkt nieuws: het brengt de wereld binnen, maar vergeet een deurmat waarop we het zand kunnen afkloppen. Dus dragen we korrels mee, onzichtbaar en schurend.
De snelheid van berichten, de traagheid van betekenis
Er is de drift van de tijdlijn, die als een rivier onder een ijskap raast. We scrollen als vissers met haastige netten; wat we vangen is meer glans dan vlees. Later, wanneer het huis slaperig hangt tussen dag en nacht, komen woorden terug als vogels die nog niet durven landen. Dan proef ik pas de bitterte en het zoet: de cijfers die eigenlijk mensen zijn, de besluiten die keukenstoelen verplaatsen, de hoop die in plastic boodschappentassen wordt bewaard. Betekenis kiest haar eigen langzame schoenen.
Wat blijft als het schuim is gezakt
Misschien is dit het werk dat niemand ziet: het bezinken. Niet het delen, niet het duiden, maar het stil neerleggen van het bericht op de bodem van de dag en wachten tot de troebelheid klaart. Dan verschijnen de contouren die we kunnen aanraken: wie hulp nodig heeft, welke belletje we straks moeten doen, waar we kunnen wachten, waar we kunnen gaan. Een bericht wordt dan geen eindpunt maar een begin: een kleine deur in de muur van gewoonten.
Ik pak de telefoon weer op, niet om te reageren maar om de helderheid te dimmen. Buiten trekt een wolk langs de zon, binnen valt een streep licht over de tafel. In die smalle baan besluit ik aandacht te geven aan wat niet schreeuwt, maar vraagt. Vandaag laat ik ruimte open.


















