Advertisement

De kunst van het tussenin

Er is een moment tussen uitademen en inademen waarin de dag zijn schouders laat zakken. De randen van het geluid rafelen, gedachten worden lichter, en ergens tussen de klokslagen door ontstaat ruimte. In dat niemandsland van aandacht, waar niets dringt en toch alles aanwezig is, verschuift de blik van het haastige naar het zachte. Alsof de wereld fluistert dat genoeg niet hetzelfde is als vol.

Over het tussenin

Het tussenin is geen leegte maar een zachte vloer. We landen er wanneer onze stappen te luid zijn geworden, wanneer de agenda zwaarder weegt dan de dag. Het is de pauze na een zin, de stilte tussen twee bladzijden, de warm wordende rand van een koffiekop. Als we durven blijven, begint betekenis zich langzaam te ontvouwen als een vouwbriefje in een kinderhand. Niet door te grijpen, maar door te wachten.

De traagheid die luistert

Traagheid is geen verzet, het is een houding van luisteren. Ze breekt het oppervlak, zoals regen de huid van een vijver opent. In traagheid horen we hoe gedachten hun vorm zoeken en hoe het lichaam herinnert wat het kan dragen. Dan vallen to-do’s uit elkaar tot losse korrels en blijft een enkele, ronde steen over: dit moment. Het is verrassend zwaar in de hand en tegelijkertijd licht genoeg om te bewaren.

Kleine rituelen

Een raam openslaan en de kou toelaten. Een pen oppakken zonder doel. Even luisteren naar de auto die voorbij rolt, het verre roepen van iemand die te laat is. Dit zijn ankers, geen ketens. Kleine rituelen die de dag omkaderen als een lijst om een schilderij. Ze maken niets groots, maar ze geven glans aan wat er al is: het niet-spectaculaire dat onze dagen bij elkaar houdt.

Ademruimte in het alledaagse

Ademruimte is niet elders; ze woont in kruimels en kieren. In het vegen van een tafel, het ordenen van een zin, het ronddraaien van een sleutel in het slot. Wanneer we deze gebaren niet overslaan, maar er zachtjes in rusten, wordt het alledaagse een plek met diepte. We ontdekken hoe tijd geen vijand is, maar een rivier die zowel draagt als meeneemt.

Misschien is dit de oefening: niet het vergroten van onze dagen, maar het verdiepen van hun textuur. De wereld vraagt niet om een groter gebaar, eerder om een aandachtiger aanraking. In het tussenin worden we niet kleiner; we worden preciezer. En terwijl het licht traag over de vloer schuift, begrijpen we dat genoeg inderdaad niet hetzelfde is als vol, maar vaak precies is wat we zochten.