Er zijn dagen waarop onrecht geen sirene is, maar een zachte, bijna beleefde fluistering. Een kaart gleed door een automaat, cijfers dansten over een display, en ergens in Assen werd het vertrouwen van een 79-jarige man stilletjes uit elkaar gevouwen. In Emmen en Klazienaveen rolde begin mei de nacht als fluweel over de straten, en toch knarste iets: het geritsel van een gestolen pinpas, de koele zekerheid van een transactie die nergens thuis hoorde.
Meer dan 100.000 euro verdween, niet in één klap, maar in kleine happen, alsof iemand de randjes van een leven wegknabbelde. Een onbekende man, vastgelegd door camera’s die nooit slapen, liet de stad zijn schaduw zien. Het zijn zulke momenten waarop een plek een geheugen krijgt: Alerderbrink, Emmen; een pinautomaat; een naamloze figuur die even in beeld komt en dan weer oplost.
Wat er gebeurde
De handeling is zo alledaags dat ze opgaat in onze routine: kaart erin, code, een korte seconde van vertrouwen. Maar onder dat ritueel schuilt een kwetsbaarheid die we liever niet onder ogen zien. Begin mei werd met de gestolen pinpas gepind in Emmen en Klazienaveen. De pas was van een oudere man uit Assen, en de schade reikte verder dan het saldo: het schudde aan zijn rust, aan de contouren van waardigheid en zekerheid die hij decennialang had opgebouwd.
De dunne lijn tussen vertrouwen en verraad
Oplichting draagt vaak de stem van beleefdheid: een telefoontje, een ‘medewerker’ die geruststelt, een mail die net geloofwaardig genoeg lijkt. Het is de ergonomie van misleiding, gemaakt om in onze gewoontes te passen. Wie ouder wordt, wordt niet naïever; hij wordt slechts vaker benaderd door mensen die het woord ‘vertrouwen’ kennen als gereedschap. De schuld hoort niet bij de misleide, maar bij degene die misleidt. Toch blijft schaamte kleven — en daarom is het nodig dat we kijken, luisteren, en elkaars waakzaamheid delen.
De stad als getuige
Straten bewaren meer dan voetstappen. Ze herinneren zich blikken, de trage adem van een avond, het gedempte zoemen van een automaat op de Alerderbrink in Emmen. In die herinnering leeft ook de mogelijkheid van herkenning: iemand herkent een jas, een houding, een route; een detail dat betekenis krijgt zodra het hardop wordt gezegd.
Misschien is dat de ware tegenkracht van oplichting: dat we elkaar niet alleen zien, maar ook voor elkaar willen spreken. Als je weet wie de man is die toen pinte, vertel het. Niet om te straffen, maar om de balans te herstellen — een kleine correctie van de weegschaal, zodat vertrouwen weer kan klinken als iets dat we samen dragen.


















