Advertisement

Waar het licht even stokt: een avond op De Rondgang

Er zijn avonden waarop het licht even stokt, alsof de stad haar pas verliest. In Assen, aan De Rondgang, trilden tl-buizen boven rekken vol alledaagse troost: shampoos, pleisters, geuren die beloven dat het lichaam heel blijft. Een kassalade schoof open zoals altijd, het ritme van gewoonten. Maar één gebaar, een glinstering van staal, en de vertrouwde contouren verschoven. Je hoort hoe stilte zwaarder kan wegen dan geluid, hoe een adem de winkel vult die niemand herkent.

Een stad die even haar adem inhoudt

Donderdag 27 februari, rond 18.25 uur, werd een drogist aan De Rondgang overvallen. Een nog onbekende man bedreigde het personeel met een mes en eiste geld uit de kassa. Met een geldbedrag op zak verdween hij weer de avond in. De politie zoekt de verdachte en vraagt getuigen zich te melden—een oproep die tussen de gevels blijft hangen als een echo van zorg.

De kleine breuklijnen in het alledaagse

Overvallen trekken geen littekens op de stadsmuur, maar wel in de loop van de dag. Ze scheuren onzichtbare draadjes: de routine van een pinbon, het knikje bij de uitgang, de geruststelling dat het gewone blijft. Wie werkte achter de toonbank telt na—niet alleen kassa’s, ook de zekerheid waarmee je een sleutel omdraait. Wie toevallig binnenliep, draagt een nieuwe stilte mee naar huis. En toch, tussen de flesjes en schappen, is er iets onverzettelijks: mensen bouwen het gewone telkens opnieuw, met handen die trillen en toch reiken.

Wat we elkaar verschuldigd zijn

Waakzaamheid is iets anders dan wantrouwen. Het is kijken met open ogen, niet om te verdenken maar om te beschermen. Getuigen kunnen het puzzelstuk zijn dat het geheel weer zichtbaar maakt: een detail, een richting, een tijdstip. De politie vraagt om die hulp, en die vraag hoort bij de verantwoordelijkheid die we delen als stoepgenoten en passanten. Niet om angst te voeden, maar om de ruimte te herstellen waarin we elkaar groeten zonder schrik.

Misschien is dit hoe een stad leert: niet door te vergeten, maar door zachter te ademen na de schrik. We lopen De Rondgang rond als een cirkel die weer sluit, met ramen die opnieuw het avondlicht vangen en een vloer die gewoon klinkt onder voetstappen. Iemand trekt het hek omlaag, iemand anders kijkt op, en samen noemen we het morgen—net iets waakzamer, net zo menselijk als altijd.