Advertisement

Waar de nacht luistert: over kleine vuren en grote stiltes in Assen

In Assen, waar de nacht meestal alleen het zachte geritsel van bomen draagt, heeft het donker de laatste weken een andere adem gekregen. In de Talmastraat, de Maasstraat, aan de Mr. P.J. Troelstralaan en de Smetanalaan werd de stilte opengebroken door vuur: auto’s die even fakkels werden, rook die langs gevels streek, sirenes die door straten sneed. De lucht hield haar adem in, en wij, achter vitrage en dubbel glas, luisterden naar iets dat groter klonk dan vlammen alleen.

Als vuur het gesprek opent

Vuur praat in kraken en zuchten. Het is een taal die we begrijpen met onze buik, niet met woorden. De politie onderzoekt de branden, verzamelt sporen, leest het verkoolde asfalt als een pagina die half is aangevreten. En toch, elke verkleuring op de stoep, elke geur van rook in de ochtend, schrijft ook aan ons: let op, kijk om. Tussen de blauwe en rode weerspiegelingen op natte ramen groeit een vraag die we slechts samen kunnen beantwoorden: wie waakt er met ons mee over de straten die we delen?

De stille getuigen achter glas

Er hangen camera’s aan gevels, en deurbel-lenzen staren naar stoepen als wimpers zonder slaap. Soms worden ze de ogen van de buurt; ze zien wat de mens even mist. De politie roept op om beelden en tips te delen, niet als een plicht die zwaar weegt, maar als een draad in het weefsel van zorg. In pixels die een schaduw vangen, in een tijdstempel dat precies genoeg is, kan zich een spoor verschuilen. En achter elk detail staat een mens, een straat, een gevoel van thuiskomen dat we willen bewaren.

Schouders op dezelfde stoep

Waakzaamheid begint klein: een lamp die iets langer blijft branden, een blik die teruggroet, een stap naar buiten wanneer je iets ongewoons hoort. Deel wat je ziet met de juiste handen, op de juiste manier; vertrouw op de route van onderzoek en respecteer elkaars grenzen. Geen heksenjacht, maar aandacht. Geen angst die muren bouwt, maar alertheid die ramen opent. Zo wordt een buurt weer een gesprek en geen echo.

Misschien is dit de ware kracht van een stad: niet dat ze onkwetsbaar is, maar dat ze kan luisteren. Naar het kraken van band op steen, het fluisteren van regen op plaatwerk, het zachte bonzen van een burenhart door de muur heen. Als we samen luisteren, wordt het donker minder dicht; elke porchlamp een kleine belofte, elke gedeelde tip een druppel licht. En ergens, langs een straatnaam die we kennen, leert de nacht opnieuw ademen.