Het begint met een trillen in de palm, een zacht licht dat de kamer aanraakt voordat de zon het doet. Een melding, niets meer dan enkele regels, en toch schuiven de meubels in het hoofd een paar millimeter op. Woorden vallen als kiezels in een vijver; kringen zoeken de randen van ons denken. Ik lees en laat het even liggen, alsof stilte een derde bron is naast feiten en gevoel. Wat verandert er precies wanneer het nieuws binnendruppelt? Misschien alleen de manier waarop we de dag vastpakken, voorzichtiger, met beide handen.
Echo’s van een melding
In de keuken koelt de koffie iets sneller af. Buiten ademt de stad in, dan uit, alsof ze luistert. Het bericht blijft nagloeien in de hoeken van de kamer, een zachte echo die de kleur van het licht nuanceert. We meten de ochtend niet langer in minuten, maar in de afstand tussen wat we weten en wat we vrezen, tussen de trillende regel op het scherm en de stille plank waar onze sleutels liggen.
Tussen regel en ruis
Ik blader traag door woorden die zichzelf tegelijk uitleggen en verbergen. Feiten bouwen steigers, geruchten blazen wind tussen de planken. In die ruimte leg ik mijn voorzichtigheid neer, mijn traagheid, mijn vermogen om niet meteen te oordelen. Ik lees nog eens, haal adem, laat namen rivieren worden en cijfers kleine kalenders van betekenis. Wat zegt de wereld, echt? En wat zegt mijn eigen ruis, die kleine machine die overal patronen ziet? Misschien is luisteren hier het werk: onder de sirene door, achter de koppen, naar dat dunne draadje dat mensen met elkaar verbindt.
Wat blijft
Blijven doen de kleine gebaren, de manier waarop blikken langer rusten op gezichten in de tram. Iemand houdt even de deur open, iemand anders verzamelt zinnen om later troost van te maken. We passen onze pas aan, niet uit angst, maar uit aandacht. Alsof elk kruispunt van de dag om een zachtere hoek vraagt.
En dan de keuze, steeds opnieuw: een bericht sturen, een stoel iets dichter bij het raam schuiven, het raam zelf een kier. We kunnen het nieuws niet herschrijven, maar wel onze houding ten opzichte van het licht dat het meebrengt. De dag gaat verder, niet heldhaftig, wel standvastig. Het scherm dooft, de kamer ademt, en ergens in ons blijft een klein vuurtje rustig branden, precies genoeg om het pad te zien zonder het geheim te verjagen.


















