Advertisement

De stilte tussen de regels van het nieuws

Ik lees het bericht dat vanochtend als een trilling door de stad ging, en ik merk hoe mijn adem zich aanpast aan het ritme van de regels. Niet de cijfers blijven hangen, maar de stiltes eromheen: de witte ruimte tussen komma en punt, waar de huid van de dag dunner wordt. In die marge hoor ik voetstappen, haastig en tegelijk aarzelend, alsof iemand de deur half openlaat voor een gedachte die nog geen naam durft te dragen. Het nieuws is een spiegel, maar een ruit.

Tussen de regels

Misschien is dat de echte boodschap: dat we leren lezen wat niet geschreven staat. De tastbare feiten leggen een vloer, maar het is de nagalm die ons doet dwalen door kamers die we dachten te kennen. Ik denk aan de mensen achter de alinea’s, schimmen met kruimels van toon en tijd op hun jassen. Elk detail glanst even, dan dooft het. Wat overblijft, is een zachte druk achter de ribben, een brief die zichzelf niet durft te openen.

De beweging van wachten

Tussen melding en betekenis zit een smalle brug van wachten. We scannen, scrollen, stilstaan; dan schuift de dag onder ons door als water dat zijn eigen weg bepaalt. Ik zie hoe een stad ademt in sync met een scherm, hoe vingers muisstil worden op de rand van een zin. En toch, daar, groeit iets eenvoudigs: een hand op een tafel, een glas dat niet omvalt, het besluit om langer te kijken dan het nieuws ons gunt.

Een stad die luistert

Op straat veegt de wind langs posters die gisteren nog spraken. Ik lees lippen zonder stemmen, ramen zonder blik, pleinen die de lauwe echo van stappen bewaren. De stad lijkt te weten dat betekenis traag is, dat zij zich pas toont wanneer we haar niet najagen. Dus loop ik langzamer, tel de kruispunten en de wolkenspleten, en verzamel de kleine bewijzen van nabijheid: een knik, een vraag zonder haast, het geduld om niet meteen te beantwoorden.

Wat het bericht ook bracht, het vroeg ons om aandacht. Niet de aandacht die brandt, maar die diept; de soort die een naam niet harder, maar helderder maakt. Misschien is dat de winst van zo’n dag: dat we onze contouren terugvinden in de schaduw van het nieuws, en elkaar herkennen aan de trilling van iets dat niet voorbij wil. Ik laat mijn adem op de regel liggen en wacht tot de stilte antwoord geeft.