Advertisement

De stilte tussen twee ademhalingen

Er is een kleine ruimte tussen twee ademhalingen, een stille vestibule waarin de dag zijn schoenen uitdoet. Daar, terwijl het licht nog aarzelt op de vensterbank, hoor ik de zachte mechaniek van tijd: klok die niet haast. Mijn telefoon ligt omgedraaid als een slapende vis; ik laat hem dromen. In deze ongedraaide minuten wordt alles eenvoudiger: het ruisen van de radiator, een vogel die een komma in de lucht zet. Ik laat mezelf de komma zijn, een pauze die niets hoeft te bewijzen.

De weelde van traagheid

Wij meten zoveel, maar zelden wat telt. Traagheid is geen tekort; het is een kamer met ramen open. Gedachten, normaal krap verpakt als kleren in een te kleine koffer, vouwen zich uit. Wat overblijft is minder, maar ruimer. In die ruimte drijven vragen als veertjes: Waar ben ik werkelijk? Wat kiest mijn lichaam, vóór mijn agenda het overneemt? En hoe klinkt stilte wanneer ik haar niet inspel met toetsen, tabbladen en tactische beleefdheid? Traagheid leert een andere grammatica: minder zinnen, meer witregels.

Luisteren naar wat niet vraagt om woorden

Luisteren is een ambacht. Je polijst het met mislukking en met kleine trouw. Ik zet een kop thee en wacht tot stoom en gedachte dezelfde richting op waaien. De wereld wordt niet stiller; ik word poreuzer. Geluid mag door me heen zonder te blijven steken. Dan gebeurt er iets wat ik niet plan: een herinnering schuift aan tafel, een inzicht klopt niet, maar ademt. Geen doorbraak zoals in films—eerder een zachte verschuiving, alsof het huis van binnen één graad warmer werd.

Een kleine oefening in aandacht

Leg je telefoon omgekeerd neer. Zet een timer op vijf minuten. Kijk hoe het licht vandaag valt op iets gewoons—een mok, je hand, een stapel papieren. Beschrijf het in je hoofd zonder bijvoeglijk naamwoorden, alsof je een archeoloog bent in je eigen keuken. Adem een keer dieper dan je gewend bent. Voel hoe de ruimte achter je ogen meerekt. Als het onrustig wordt, glimlach daartegen als tegen een kind dat te vroeg wakker is. Herhaal niets. Sta alleen toe.

Wanneer de timer gaat, hoef je niets te posten, te meten, te delen. Misschien merk je alleen dat de dag in jou is aangekomen, zoals een trein die zacht remt en precies naast je staat. In de spiegel van de vensterbank zie ik een mens die niet sneller hoeft. Wie ben ik, als niemand kijkt? Misschien begint vrijheid precies daar: in de ruimte tussen twee ademhalingen, waar we niets toevoegen en toch alles terugvinden.