Advertisement

De trage golf van vandaag

Het bericht van vandaag kwam binnen als een trage golf: niet luid, wel onontkoombaar. Tussen regels en witruimte schuift iets in ons binnenste. We lezen cijfers, citaten, tijdstippen; maar wat resoneert, zijn de stiltes die ertussen vallen. Op straat stokt de wind even, als om mee te luisteren. Geen groot gebaar, eerder een zachte verschuiving, een nauwkeurige rimpel. In dat rimpelen herkennen we onszelf: mensen die proberen te begrijpen, schuilend onder een veranderlijke hemel, handen in jaszakken, blik op zoek.

Tussen de regels

Hun geluiden zijn breekbaar als glas, en toch dragen ze gewicht. Want nieuws is nooit alleen een verslag; het is ook een spiegel, beslagen door onze adem. We lezen om richting te vinden, maar ook om af te dwalen. Elk feit is een deur die op een kier blijft, uitnodigend en behoedzaam. Wat we kiezen om binnen te laten, vormt de contouren van morgen. Soms is een komma genoeg om de loop van gedachten te verleggen, alsof taal een rivier.

De ritmes van wachten

Ik denk aan wachtkamers en perrons, aan mensen die hun tijd vouwen tot kleine pakketjes van aandacht. Een trilling in de broekzak, een kop die afkoelt, een blik die opnieuw begint. Het wachten is een leermeester zonder stem: hij leert ons de breedte van een minuut, de diepte van een zucht. In het licht van het bericht verschuift zelfs stilte van kleur. We worden doorzichtig voor onszelf, en in dat doorzicht tekent zich iets op dat eens koers kon heten.

Wat blijft bewegen

Wat mij raakt is niet de zwaarte, maar de beweging die ze vrijmaakt. Alsof een onderstroom, lang genegeerd, besluit zichtbaar te worden. Je hoort nieuwe woorden in oude monden, ziet handen die aarzelend naar elkaar reiken. Verandering is geen tromgeroffel; het is een scharnier dat zonder klagen draait. Wij leren opnieuw schikken: verwachtingen, kalenders, manieren van groeten. En ergens tussen ochtend en avond wordt ruimte geboren, een lege plaats die niet koud is, maar beschikbaar, ademend als een open raam.

Misschien is het genoeg om vanavond het raam op een kier te zetten en het bericht binnen te laten alsof het regen is: zonder haast, met aandacht voor elke druppel. Misschien is het genoeg om te vragen wat dit alles van ons verlangt; niet later, maar nu, in kleine daden die nog geen naam hebben. We zullen anders kijken naar wat altijd al naast ons stond. En in dat kijken, wie weet, begint iets te groeien dat ons zachtjes meeneemt.