Advertisement

Na het Nieuws: Stilte tussen de Zinnen

Er was een melding die niet ophield met trillen, een zucht van de stad in mijn handpalm. Het bericht schoof door als een koele windvlaag: cijfers, verklaringen, meningen die elkaar inhalen. Ik wandelde langs natte kasseien. Het nieuws was tegelijk spiegel en rookgordijn. Wat raakt mij echt, en wat slechts de oppervlakte? Ik voelde hoe woorden zich wilden nestelen, maar ook hoe ze verder dreven, alsof aandacht een rivier is die geen oever lang vasthoudt.

Het gerucht en de ruis

Elke kop probeert te zingen, maar vaak horen we alleen het koor. De echo’s van herhaling maken van nuance een achtergrondruis. Ik denk aan het eerste moment, wanneer een feit nog in zijn schaduw staat en de taal voorzichtig moet zijn. Een uur later is alles vetgedrukt. Alsof twijfel niet een vorm van zorg is. Ik vraag me af: welk deel van het verhaal heb ik geleend van anderen, en welk deel heb ik werkelijk gezien? Misschien is luisteren een trager lezen van de wereld.

De getijden van aandacht

Mijn dag is een kustlijn waar berichten aanlanden en terugtrekken. Tussen het eerste breaking-licht en de laatste analyse zoekt mijn hart naar een ritme dat menselijk is. Ik zet de telefoon op tafel; het scherm ademt nog na. Buiten ritselen populieren, een fiets rammelt voorbij, iemand lacht in een andere straat. In dat kleine interval hoor ik mijn eigen stemmen: de bezorgde, de hoopvolle, de stille. Misschien is aandacht geen bezit, maar een plek die we tijdelijk bewonen, samen met alles wat we nog niet begrijpen.

Wat blijft wanneer de push verdwijnt

Wanneer de melding dooft, blijft er een figuur achter in het raam: ik, met een resterende vraag. Niet: wat is er gebeurd? Maar: wat wil ik dat er met mij gebeurt nadat ik het heb gelezen? Een stad is meer dan haar sensaties; een mens meer dan zijn verontwaardiging. Ik wil oefenen in aandacht die niet alleen klikt, maar ook draagt: een langzame adem, een open hand, een blik die anderen zachtjes optilt uit het gerucht. Zo wordt nieuws misschien opnieuw: iets dat ons mens maakt.

Op de drempel van de avond stap ik naar buiten. Het asfalt glanst; ergens blaast een tram. In mijn jaszak slaapt de telefoon even. Ik kijk naar gezichten, niet naar schermen, naar ramen die licht bewaren, naar wolken die langzamer reizen dan berichten. Ik besluit het verhaal niet te bezitten maar het te delen, met lucht, met grond, met een voorbijganger die ik niet ken en toch begroet.