Advertisement

Nacht in Assen: echo’s aan de Oude Molenstraat

De zomeravond hing nog als een lauwe sluier over Assen toen, rond 21:40 uur, de sirenes de lucht opensneden. Aan de Oude Molenstraat, waar ramen vaak het zachte gelach van een vrijdag dragen, stond de tijd plots stil. Een melding, een vechtpartij, mogelijk een mes. En dan die snelle choreografie van zwaailichten, voetstappen, stemmen die proberen orde te vangen in een nacht die net te groot voelt.

Wanneer stilte scheurt

De politie hield drie verdachten aan. Twee mensen raakten gewond; onder hen bevond zich ook een van de verdachten. Dat zijn de feiten, koel als een rapport, maar warm in hun gevolgen voor wie achterblijft met kloppende slapen en bonzende vragen. Hoe wordt een straat, die je dacht te kennen, een toneel waarop de nacht zichzelf scherper uitspreekt?

De straat als spiegel

Oude stenen zijn goede luisteraars. Ze kennen de stappen van kinderen, het ritme van boodschappen, het ritueel van thuis komen. En toch kunnen ze, op zo’n vrijdag, drager zijn van iets breekbaars. Gordijnen bewegen als adem; buren fluisteren namen. Er is nabijheid in stilte, en een ongemakkelijke weelde van kijken: wat gebeurt er met ons, wanneer woede sneller is dan woorden?

Tussen bericht en betekenis

We weten dit: een vechtpartij, mogelijk gestoken, drie verdachten, twee gewonden. We weten niet: het moment waarop een grens verlegd werd, het misverstand dat groter werd dan de mensen erin. Intussen werken hulpverleners in het kleine uur met grote handen: verbinden, begrenzen, beveiligen. Het blauw-rood van zwaailichten schildert tijdelijk een nieuwe werkelijkheid over gevels die straks weer gewoon grijs zijn.

Wat blijft achter

De volgende ochtend ruist het gewone leven terug. Afzetlint wiegt nog even; er liggen scherven die het licht laten breken in onschuldige kleuren. We lopen erlangs, alsof we de straat niet willen storen, en toch voelen we iets van verantwoordelijkheid. Niet om te oordelen, maar om de vezels van het samenleven steviger te weven: oog voor signalen, zachte vragen, een hand die eerder reikt dan een stem die verheft.

Misschien is dat wat een vrijdagavond ons kan leren wanneer hij te luid werd: dat we de uren die komen met zachtheid mogen vullen. Dat we, als het donker valt, elkaar nog net iets beter vasthouden in woorden die de angel uit de stilte halen. En dat de Oude Molenstraat – elke straat – pas echt de onze is, wanneer we kiezen voor nabijheid boven gelijk, en voor menselijkheid boven moment.