Advertisement

Tussen het nieuws en de stilte

Vanavond gleed er een bericht door mijn scherm, als een koele golf die tegen de kade van mijn aandacht slaat. De titel was kort, strak, een samentrekking van wereld en seconde. Ik voelde hoe de kamer iets smaller werd, hoe de adem tussen regels bleef hangen. Buiten streek een late tram langs, de ramen trilden even. In dat trillen zat het nieuws al: een beweging, een schok, en daarna stilte.

Ik scrollde verder, maar elke alinea leek een spiegel en ik kon niet goed zien of ik de breuk in de wereld bekeek of de barsten in mezelf. De namen, de cijfers, het citaat: ze vingen licht en lieten donkere randen achter. Wat betekent nabijheid als alles op armlengte van je duim ligt? Ik legde de telefoon neer, alsof ik een glas water terugzette dat net niet overliep.

Tussen schuifbalk en stilte

Er is een moment na de melding waarin de stad zijn adem inhoudt. Fietsbellen klinken nog, iemand lacht op een balkon, maar de binnenkant van de dag verandert van temperatuur. Ik denk aan de mensen die naast deze feiten leven: een verkoper die het ijs in zijn display herschikt, een kind dat letters oefent op ruitcondens. Het nieuws tikt, maar het leven legt er zachte lagen overheen.

De cartografie van een dag

Ik schrijf mijn route met papierloze inkt: kruispunten, een park, de geur van regen die nog moet vallen. Overal kleine tekens van verbondenheid, onzichtbaar en toch voelbaar, als braille voor wie langzaam kijkt. Het artikel blijft open in mijn hoofd, vetgedrukt, maar de marges worden breder. Ik vraag me af hoe zorg eruitziet wanneer we haar niet uitstellen tot na de deadlines van de wereld.

Wat blijft

Misschien is het dit: de hand die iets langzamer geeft dan strikt nodig, de blik die niet wegschiet bij te veel waarheid, de stem die een vraag stelt zonder al te snel een verhaal te smeden. We kunnen leren luisteren naar de onderstroom, naar wat niet in de kop past. Niet om minder te weten, maar om ruimte te laten voor betekenis die groeit in plaats van te krimpen.

Vanavond leg ik mijn telefoon met het scherm naar beneden, alsof ik een maan demp. Door de gordijnen valt een streep van blauwgrijs, een belofte van morgenochtend. Het bericht blijft, natuurlijk; het zal zich vermenigvuldigen in gesprekken, in de lengte van blikken, in omwegen die we nemen. Maar ergens tussen het tikken en het zwijgen vind ik een ademhaling terug, en ik hoop dat jij die ook hoort.